Vanwege toch nog wat regen zijn we een dagje langer in Hanoi gebleven. Het is een fijne stad en we zaten in een heerlijk hotel, dus geen straf om wat langer te blijven. De stad uit ging net als vorig jaar bijzonder relaxed. De eerste dag was ongeveer 60 kilometer en geen bergen. Vrij snel konden we van de hoofdweg af om via rustige wegen naar het volgende hotel te komen

















Na twee rustdagen in Cao Bang zijn we op weggegaan naar de watervallen. Omdat we in de route nogmaals langs Cao Bang kwamen en we erg tevreden waren met het hotel, hebben we gevraagd of we wat spullen konden laten staan zodat we de daaropvolgende dagen met slechts een fietstas konden fietsen. Als je dan kijkt wat je eigenlijk allemaal achter kan laten moet je concluderen dat we teveel bij ons hebben. Volgende keer nog kritischer kijken wat we meenemen. Het scheelt toch wel als je een kilo of zes minder mee hoeft te trappen berg op.



Richting de watervallen kwamen we verschillende dorpjes tegen die allemaal nog op een handmatige manier spullen produceren. In het eerste dorpje wordt wierook geproduceerd. Er zat een dame de stokjes te “snijden” door ze tussen een aantal messen te slaan, zodat ze allemaal gelijkmatig rond zouden worden.


Na het wierookdorpje konden we bij de volgende afslag ongeveer twee kilometer het land in om bij een dorpje te komen waar nog op handmatige manier papier wordt gemaakt.











We vervolgen nu de route richting Lao Cai waar de grensovergang met China is. Het plan is om China in te gaan. Naar verluid is dit het laatste jaar dat wij met een Nederlands paspoort dertig dagen visumvrij het land in mogen. Daar willen we nog van profiteren. Toen we in 2018 naar China gingen moesten we voor een visum van dertig dagen €120,00 betalen. We waren toen erg onder de indruk van China en hebben zin om er weer heen te gaan.